Archief

ONTMENSELIJKING EN `ONAANRAAKBAREN’ ANNO 2015. “Don’t call us, we’ll call you”

  1.   Inleiding

Nog maar op 9 september jl werd op dit blog een column gepubliceerd over “ONTMENSELIJKING EN `ONAANRAAKBAREN’ ANNO 2015”. Het relaas heeft verschillende reacties losgemaakt, waaronder een vraag uit de richting van de `politieke en overheidsomgeving’ . De  vraag luidde hoe dat nou toch allemaal zo gekomen en bestaanbaar is in een rechtstaat met democratie die gericht is op volledige werkgelegenheid op de arbeidsmarkt met toegankelijkheid voor een ieder.

  1. De wet verbiedt discriminatie op de arbeidsmarkt

We weten inmiddels allemaal dat de wet elke vorm van discriminatie verbiedt, dus ook leeftijdsdiscriminatie ten opzichte van de ervaren senioren. Aangezien de overheid zelf vrolijk meedoet aan stigmatisering, gelooft niemand nog dat op de arbeidsmarkt de ervaren senior krachten niet worden gediscrimineerd. “Grijs” moet immers worden geweerd van de werkvloer. Daarom worden er allerlei vooroordelen verzonnen van “geringere productiviteit”, “te duur” tot “meer ziektedagen”, plus “geen recente werkervaring” Doorgaans beschikken de ervaren krachten over een stuwmeer aan ervaringsjaren,vaardigheden en kennis die garant staan voor de broodnodige continuïteit van het arbeidsproces. Plus dat menige ervaren kracht zijn lichamelijke conditie zeer goed in de gaten houdt en zorgt voor de instandhouding van zijn lichaam. Bakerpraatjes dus.

  1. Slecht functionerende instellingen en de consequenties van bezuinigingen

Slecht functionerende instellingen zoals het UWV dat teveel heeft geëxperimenteerd met het achter een gesloten front op verre digitale afstand zetten van de burger, en de overbelaste gemeentelijke sociale diensten, blijven ter rechtvaardiging benadrukken dat de ervaren krachten niet kansloos zijn op de arbeidsmarkt. Daartoe gebruikt men individuele succesverhalen die nogal veel doen terug denken aan de werkzaamheid van het Duitse propagandaministerie bij de verslaglegging van de stagnerende operatie Barbarossa, zo vanaf 1943. Op het einde van de operatie werd steevast bericht over strategische versmalling van het front en tevens werd in de kranten en de Wochenschau vooral ingezoomd op individuele heldendaden van militairen.

Het start anno 2015 doorgaans met een door de uitvoeringsinstanties weinig enthousiaste bejegening van de senioren. Ervaren werkelozen zijn potentiële zeuren die wijzen op het eerder in het leven bereikte, maar nu in de overschotschoenendoos van de ‘losers’ terecht gekomen zijn. Volgens de managers en de hen als papagaaien verplicht napratende medewerkers, moeten de ervaren werkzoekenden er mee stoppen zichzelf en elkaar er in te bevestigen dat zij geen kansen meer hebben op een baan. Ergo, het ligt aan de ervaren krachten zelf. Met het uitvinden van banenplannen voor vele jobs volgens een programmering op basis van gemanipuleerde cijfers van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid wordt echter een vals beeld geschapen dat men er van overheidswege zo druk mee in de weer zou zijn. De realiteit voor de werkzoekende is guurder. Het Rijk heeft forse kortingen op de uitkeringsbudgetten doorgevoerd en dwingt daarmee het UWV en de gemeentelijke sociale diensten tot een aanpak waarbij zoveel mogelijk uitkeringsgerechtigden uit het sociale vangnet worden “getremd”. Ook hier dringt de vergelijking zich op met het destijds terugtrekkende Duitse leger. Gesproken wordt van het in de nabije toekomst aanwenden van een veelheid aan tactische beleidsingrepen, van reservefondsen ter stimulering en maatregelen die op papier goed lijken, maar die slechts in de gedachten van de leidende politieke elite bestaan. De heilzame werking van die beleidsvoornemens hoe goed ook in camouflagekleuren gestoken, moet leiden tot vermindering van overdrachtskosten aan uitkeringsgerechtigden.

  1. De heilzame werking van trainingsprogramma’s

Trainingsprogramma’s te geven door allerlei deskundigen van de slecht functionerende instellingen zelf, of die door deze met veel tamtam zijn uitbesteed “will do the trick” voor de senioren volgens de laatste mantra van de overheid. Het is zelfs “a piece of cake”, als men die instellingen moet geloven. Eenvoudig een kwestie van netwerken opzetten, goed oefenen met de sociale media door die `stoffige bijna bejaarden’, jezelf goed leren presenteren en goed voorbereid op sollicitatiegesprek gaan. Dan hebben de ervaren werkelozen evenveel kans op een baan als een ander. Dit wordt dan aangetoond met wederom gemanipuleerde cijfers dat in het afgelopen jaar weer meer ervaren werkelozen een baan hebben gevonden dan in de daaraan voorafgaande jaren. Dik gesubsidieerde trainingen van soms obscure herkomst die als Haarlemmerolie worden ingezet moeten bewerkstelligen dat het werkeloosheidscijfer (ondermeer ook door overgang naar de bijstand) terug loopt. Hoeveel ouderen inmiddels nieuw zijn ingestroomd in de WW of de bijstand wordt uit strategische overwegingen liever niet te vaak vermeld. Evenmin dat die programma’s er vooral op gericht zijn de slecht functionerende instellingen zelf en de toeleveranciers daarvan aan het werk te houden. Wat ook liever niet wordt erkend is dat die overmacht aan inspanningen vooral tot gevolg heeft dat de ervaren werkelozen terecht komen in baantjes voor laagopgeleiden. Gefeliciteerd…over verdringing gesproken als uitwerking van een gigantische overheidsoperatie om over de hele linie de totale loonkosten op een lager niveau te brengen. Vooral de steeds groter wordende groep van hoger geschoolde ervaren werkelozen die zich de betreffende leerstof al heel lang eigen hebben gemaakt in de eigen met een erkend diploma afgesloten opleiding, zijn in de ogen van de overheid in het bijzonder gebaat met een dergelijke repeterende `scholingsaanpak’ van het herkauwen van al geconsumeerde kennis.

Uitgedrukt in kosten afgezet tegen de baten is het netto resultaat bedroevend. Het nuttige effect ligt vooral in het dienen als uiteindelijke schaamlap voor de organiserende overheid. Het komt in Nederland maar al te veel voor: zodra bekend wordt dat de wonderscenario’s wederom zijn tegen gevallen geen of slappe excuses met gemanipuleerde cijfers.

De overheid, zowel de centrale overheid als het UWV en de gemeentelijke sociale diensten gaan voorbij aan de realiteit. De realiteit van een job voor  de werkeloze senioren, die de kachel doet branden en de hypotheek en het collegegeld van de kinderen opbrengt, blijkt een sprookje. Dat sprookje heet vooral voor de bühne uitzicht bieden `op beter’ met valse vooruitzichten en het vervolgens aanpraten dat het ook na het volgen van de zaligmakende training wel aan de ervaren werkeloze zelf zal liggen als het onverhoopt niet lukt. Door de 650.000 werkelozen tegen slecht 120.000 banen biedt voor de ervaren werkelozen werkelijk een reëel uitzicht. Het past in het beeld van de overheid die het er bij laat zitten en die zich liever bezig houdt met kille systeemhandhaving dan het bieden van perspectief.

  1. De uitzendbureaus als barrières voor de seniormedewerkers

Een andere barrière vormen de reguliere uitzendbureaus die elke opdracht volstrekt naar het eigen voordeel uitleggen, passend in het beeld van het zijn van een jonge en dynamische organisatie die vooral voor de werkgevers aan de weg timmert. Die uitzendbureaus zijn een niet te onderschatten schakel in het omfloerst stigmatisering van met name de ervaren generaties. De ervaren senior medewerkers worden weliswaar ingeschreven, maar horen in vele gevallen daarna nooit meer iets. “Don’t call us, we’ll call you”. Einde oefening.

Naast het hoofdmotief uit oogpunt van winstmaximalisatie te streven naar het “op zeker spelen” wat vooral kan met “easy-going’ producten (de werknemers) die hapklaar kunnen worden weggezet bij de opdrachtgevers, ligt dat voor een belangrijk deel aan de leeftijd van de zogenaamde “recruiters” of intercedenten van die uitzendbureaus. Dit brengt met zich mee dat deze pre-selecteurs zich het beste herkennen in leeftijdsgenoten en in diploma’s die voor hen bekend zijn. De omschrijvingen in de door deze selecteurs zelf opgestelde teksten voor vacatures sluiten daar dan ook op aan. Hoogwaardige maar langer geleden behaalde diploma’s worden zodoende niet eens meer als waardevol herkend. Die zeggen de pre-selecteurs helemaal niets meer. Dat leidt in vele gevallen tot een regelrechte `selffulfilling prophecy’. Een dergelijke zelfvervullende voorspelling leidt zoals bekend direct of indirect tot het uitkomen van die voorspelling.

Op basis van onbekendheid met diploma’s en omdat het zo heerlijk `modisch’ is, wordt op grond van vooroordelen uitgemaakt dat ervaren senior medewerkers weg moeten uit het arbeidsproces. De kantoren en andere werkplekken moeten gevuld worden met een ‘jonge en flexibele dynamiek’. De bijna koortsachtige ijver moet er vanaf spatten waaruit  blijkt dat onmiskenbaar sprake is van jonge honden die met de tong uit de bek de commando’s van de manager nauwelijks kunnen afwachten in hun drang om als `retriever’ de carrièreladder te bestormen. “Eager to please and eager for fame” noemt men dat.

Velen onderschatten de daarbij behorende `arbeids-bemiddelings-terreur’ van de uitzendorganisaties jegens de ervaren generaties, zodat die ‘uitsluitingsaanpak’ ongestraft kan blijven woekeren. Als de senior durft te informeren naar de redenen van afwijzing dan volgt niet een schriftelijke motivering, maar doorgaans een afschepend telefoontje waarin wordt gesproken over het ontbreken van het vereiste “fancy”-diplomabezit en het missen van recente werkervaring. Door het steeds repeteren daarvan komt de senior uiteraard zelden meer aan de bak en wordt de tijd van inactiviteit steeds langer. De voorspelling komt op die manier vanzelf uit: oud, overbodig en afgeschreven vanwege het niet hebben van een “fancy”-diploma. De uitzendbureaus hoeden zich er overigens voor andere termen dan bij deze telefonische `standaardaanpak’ te gebruiken. Eventuele lastige procedures bij de commissie voor de mensenrechten over leeftijdsdiscriminatie bloeden zo eenvoudig dood. De politiek zou er goed aan kunnen doen te bepalen dat de uitzendbureaus meer dan één kandidaat moeten presenteren aan werkgevers, terwijl een vast percentage van de aangeboden mensen zou moeten bestaan uit senioren.

  1. Biedt het basisinkomen uitkomst?

Door vele (bezoldigde) politici en politiek georiënteerde wetenschappers wordt een voor iedereen algemeen geldend basisinkomen afgewezen. Het zou te duur zijn en niet tegemoet komen aan het sober Bijbelse principe dat degene die niet arbeidt dus ook niet zal eten. Zonder dat daar een prestatie tegenover staat mag deelname aan de samenleving niet vrijblijvend worden en louter uit het trekken van voordelen bestaan. Vanuit het kapitalistische systeem zou een algemeen Nederlands basisinkomen de concurrentiepositie van ons land ernstig ondermijnen. Of de burgers een dergelijke solidariteit kunnen opbrengen in een tijdperk dat de individualisering van de mens en de hardheid jegens de medemens toeneemt is eveneens een aandachtspunt.

Tevens wordt echter wel miskend dat verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 67 jaar naast conjuncturele problemen mede werd ingegeven door een Politiek-Europees motief voor uniformering. Dat heeft vervolgens in Nederland fricties veroorzaakt in niet alleen het domein van de “overdrachtsuitgaven” (dus de sociale uitkeringen), maar ook op de arbeidsmarkt (waar de doorstroming stagneert).

Reeds bij de politieke meningsvorming over verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd is vanuit de hoek van de wetenschap gewezen op de ongewenste neveneffecten voor vooral de arbeidsmarkt. Anno 2015 wordt de actuele situatie bepaald door een schier uitzichtloze situatie voor zowel de langdurig werkeloze senioren als de langdurig werkeloze jongeren. Beide groepen hebben een weinig rooskleurig vooruitzicht van pappen en nathouden. Een oriëntatie op in ieder geval de invoering van een basisinkomen voor een beperkte groep lijkt dus op zijn plaats.

De mensen die tussen 1946 en 1965 zijn geboren vormen de zogenaamde “babyboom” in Nederland. Vanaf 2016 speelt de werkeloosheid onder de senioren nog vanaf de geboortejaren 1951 tot en met 1965. Uitgezocht zou kunnen worden hoe hoog het percentage werkeloosheid bedraagt onder die jaargangen en of daarvoor een basisinkomen kan worden gecreëerd. Aangezien een dergelijke werkeloze daadwerkelijk heeft geparticipeerd in het arbeidsproces, is het nauwelijks te verkopen dat hij of zij alle ‘verdiende’ verworvenheden maar moet inleveren om volgens de nog steeds opgeld doende sobere Calvinistisch Bijbelse opvatting daarna afgeslagen te worden naar een bestaansminimum. Gedacht kan worden aan een basisbedrag te koppelen aan een systeem van vlaktaksheffing, te vermeerderen met een woon- en zorgtoeslag plus een nettobedrag per maand voor elke vijf daadwerkelijk werkzame jaren (of een bedrag per tien daadwerkelijk werkzame jaren). Aldus kan een redelijk besteedbaar inkomen worden bereikt. Uiteraard kan deze “saneringsmaatregel” een tijdelijk karakter dragen, totdat de zwaarste hobbels van de babyboom achter de rug zijn.

De voordelen die er tegenover staan zijn voor het bieden van toekomstperspectief en doorstroming op de arbeidsmarkt aanzienlijk. Dure re-integratietrajecten voor senior werkelozen waarvan vanwege mislukking of geringe ‘nog resterende   inschakeling’ in het arbeidsproces het nuttig effect gering is, kunnen vervallen. Dure handhaving- en controlemechanismen kunnen worden opgedoekt. Stimuleringsmaatregelen kunnen gerichter worden ingezet voor vooral de jongere generaties. Aangezien blokkades worden opgeheven kan de doorstroming op de arbeidsmarkt weer goed op gang komen. Zowel de in de arbeidsmarkt intredende jongere als de basisinkomen genietende senior krijgt een hoger netto besteedbaar inkomen, zodat de consumptiebestedingen een boost krijgen. Dit trekt dan tevens de huizenmarkt weer mee omhoog.

  1. Uitleiding

Allerwegen is bekend dat de opeenvolgende crises zowel de senioren als de starters op de arbeidsmarkt onevenwichtig zwaar hebben getroffen. De soms zeer fnuikende uitzichtloze situaties waarin velen behaalde diploma’s in rap tempo zien verouderen of bijkans alle verworvenheden dreigen te verliezen, levert bijkomende moraliteits- en gezondheidsproblemen op voor de Nederlandse beroepsbevolking. Een tweedeling dreigt van “uitverkorenen” en “losers”. Het huidige restrictieve en vooral ook repressief-betuttelende overheidsbeleid is infantiliserend en stigmatiserend jegens tal van senioren maar ook ontmoedigend voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Die aanpak gaat namelijk uit van het scheppen van valse hoop dat het goed komt op die arbeidsmarkt. Dat is beleid voeren `tegen beter weten in’. Dit wordt gekoppeld aan de eigen verantwoordelijkheid, eigen schuld en/of verwijtbaarheid van de werkeloze, ondanks de slechte conjuncturele vooruitzichten voor arbeidsparticipatie in het algemeen. Het feitelijke nut van stimuleringsmaatregelen door de overheid is en blijft omstreden, terwijl er signalen zijn van het uiterst gering effect daarvan. Op latere leeftijd werkeloos worden betekent heden ten dage in veel gevallen een onherroepelijke veroordeling zonder enig zicht op beter. Het langdurig buiten het arbeidsproces laten van jongeren leidt op den duur tot totale uitsluiting van generaties die dan als verloren moeten worden beschouwd. Het huidig stelstel van de Participatiewet biedt geen afdoende antwoord op de problemen die zich nog voor jaren zullen voortslepen. Dat vergt vooral politieke moed om in te grijpen en wel werkende saneringsmaatregelen voor de arbeidsmarkt door te voeren.

Recente reacties

    Copyright © 2020 WilNu

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *