Als je bij een arts komt loop je het risico in handen te vallen van een carrièreavonturier?
Lectori Salutem! Onderstaande duiding gaat over de lacune in medisch recht betreft handhaving.
Medische zorg is feilbaar, dat roept men zelden hardop, maar simpel gesproken ook met de ontwikkeling
van de medische kennis worden medische inzichten en vraagstukken tot behandeling steeds complexer.
Naast gewone letselschade door onverhoopte omstandigheden, bestaan er ook behandelingen mét
patient-consent -waar geen behandel-protocol voor bestaat-, omdat het ‘nieuw’ is, en waarbij de uitkomst
van een behandeling ook onvoorziene risico’s kan dragen.Als er niks gebeurd kan de afloop voor de
patient ook fataal zijn; en er kan altijd iets toch fout gaan. Daar moeten we niet al te moeilijk over doen,
maar het verloop van kwesties met medische letselschade in het algemeen kunnen ergens al obscuur zijn.
Maar hoe komt het dat er ook nog eens medische handelingen kunnen plaatsvinden zonder patientinformed-
conscent, waarbij de handelingen ook nog eens niet direct (be-)handeling pathologie
gerelateerd hoeven te zijn? Waarom? Dit epistel zoekt antwoord in opsomming van diverse onderzoeken.


Waar we allereerst scherp op zouden moeten zijn, is enerzijds een duidelijke scheiding te maken tussen
gewone medische fouten en grove nalatigheid en/of medisch vergrijp; en daarbij anderzijds moet er
onderzoek gedaan gaan worden naar het waarom iets fout ging, en hoe we daarvan kunnen leren en hoe
die specifieke kennis geanonimiseerd over een dergelijke behandeling ook landelijk voor andere artsen ter
beschikking gaat zijn in een preventieve kennis-vraagbaak. Dat is ook een zingeving aan slachtofferschap.
Stel hiervoor het bewaken van de patienten-veiligheid centraal in de aansprakelijkheids bepaling bij wet.
Maar waar we sowieso vanaf moeten is grove nalatigheid en carriere-avonturisme (ook clandestien) over
de rug van patienten gebezigd door artsen met culpoos besef van bestaande overmatige protectiecultus.


De tijd dat we een ‘ik heet Dokter Ik-kloot-maar-wat -aan’ hadden in de 19e eeuw is allang voorbij, met
een daarbij in het verleden bestaande cultus van toedekken van dat aspect van trial-en-error in medische
behandeling. De destijds gebruikte wetgeving is niet op het zelfde tempo meegegroeid met de medische
vooruitgang naar de moderne maatstaven van recht en besef. In het begin was de eed van Hypocratus
nagenoeg letterlijk onderdeel van het wetboek, waar dan geleidelijk aan ter vervanging van de medische
wetgeving uit ontstond. Eerst werden de rechten van de patient een afgeleide van de zorgplicht van een
arts, maar sinds 1 april (!) 1995 is er zelfs een Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst waar de
medische behandelingswetten voor artsen en patieten in staan beschreven. De inspanningsplicht en
bijbehorende geheimhoudingsplicht voor artsen bestond al. Maar na het openbaren van de zaak Jansen
Steur in 2006 nota bene kwam daar de Gedragscode Omgaan Medische Aansprakelijkheid bij. Maar dan
nóg stééds is er een lacune te bevinden (in wetgeving), waardoor medische wantoestanden hun bestaan
kunnen hebben ook anno 2016! Het absolute gebruik van verschoningsrecht verschaft die ruimte daartoe.


Er is zogezegd een overmatige setting van protectiecultus rond (ongewenste) uitkomsten van behandeling
met letselschade, waardoor causaal onderzoek naar medische fouten kan worden gehinderd, maar de
setting verschaft bovendien met wetenschap van die setting ruimte voor medisch onrechtmatig handelen.
Technisch kan er zelfs een ‘gedoogd’ bestaan hierdoor bij ‘handhavers’. De medische schandalen die het
afgelopen decennium naar boven kwamen (mede met dank aan de moderne communicatie-middelen),
bleken allemaal te hebben kunnen (voort-) bestaan onder de warme deken der Conspiracy of Silence
welke in haar bestaan als fenomeen door (onmachtig) IGZ in 2015 nog steeds erkend werd. Er is kennelijk
na de inwijdings-oreade van Prof. Leegemate uit 2006 over het bestaan van een zwijgcultus rond
medische letselschade (ongewenste uitkomsten met schade na behandeling) helaas nog niet zo veel
veranderd... Als letselschade-ervaringsdeskundige ben ik op zoek gegaan naar de vraag hoe het komt, dat
ondanks een WGBO (en de latere GOMA) er nog steeds een kwalijke praktijk onderhuids gaande kan zijn.


Onderstaande collectie van verwijzing naar uitspraken uit officiele deskundigen berichten, maken
samengevoegd duidelijk waar het ‘lek’ zit in medisch recht. Die uitkomst is ABSOLUUT géén complottheorie,
en het is ook geen expliciete samenzwerings-praxis tot bewust duperen en secundair victimiseren
van slachtoffers. Wel kunnen we spreken van een zekere impliciete code tot (ver-) zwijgen vanuit een
feitelijke setting van wet en beleid. Uit de school klappen onder medische beroepsbeoefenaren staat
gelijk aan het plegen van carriëre-zelfmoord. Medische beroepsbeoefenaren hebben met deze setting vrij
spel in hun carriere-avonturisme /disfunctie, mede omdat óók de overheid nalatig in handhaving is.


DE LACUNE IN RECHT WAARDOOR KWALITEITSBEWAKING OP MEDISCH VLAK ACHTEROP LOOPT.
Als (zonder noodsituatie) handelingen zonder patient-consent worden verricht, is dat onrechtmatig.
- Prof. Dr. B. Smalhout in Medisch Mishandelen (René Steenhorst 1993): Crimineel gedrag komt in alle
lagen en kringen van de samenleving voor. Dus ook en soms juist in de medische hoek. Het is een
algemene trend om medici uit de eigenvakgroep de hand boven het hoofd te houden. (Zwijgcultus dus.)
- Er is een (onrechtmatige) zwijgcultus rond het ontstaan van letselschade, mede bestaande wegens
verzekerings-technische motieven (inauguaratie-rede 2006 Prof. Mr. J. Leegemate VU Amsterdam)
- De Ombudsman Hilversum (2007): Bij medische letselschade-slachtoffers zijn betreffende medische
dossiers in deze voor bijna 70 % onvolledig of aangepast op causale aspecten, zodat er niet tot de causale
oorzakelijkheid van de ontstane letselschade kan worden gekomen in de beoordeling.
- Comformering van bevinding door (praktijkervaring van) Advocaat uit Margraten: Bij medische
tuchtzaken wordt er enkel met het oorspronkelijke medische dossier gewerkt in beoordeling. Is dat
onvolledig of gefraudeerd, dan heb je pech (!) als slachtoffer. (In Nederland is medisch strafrecht not
done: alles moet a priori door het tuchtrecht beoordeeld worden –het O.M. heeft zelfs een dwingend
beleid voor, waardoor veel oneigenlijk handelen (willens en wetens) te doofpotten kan/gaat zijn.)
- Bij het ontstaan van medische letselschade binnen instellingen worden regelgeving en protocollen
daarna naar willekeur toegepast door bestuur en uitvoerders, gelijke partners in crime. (Rede prof.
Leegemate als voorzitter van de vereniging voor gezondheidsrecht d.d. 17 april 2009.)
- Bij het ontstaan van ongewenste uitkomsten bij medische handeling met letselschade als gevolg, worden
letselschadeslachtoffers per direct gepsychiatriseerd. Hier hoeft geen nader onderzoek naar gedaan te
worden, omdat dit in het vele malen breedschaligere onderzoek van NIVEL (Prof Friele 2009) óók werd
bevonden, maar hier mogen geen verdere consequenties aan worden verbonden. (Prof. Jan van Dijk UvT
Leemtes in de Slachtofferzorg 2009)
- Ton van Dijk in ‘Medische missers en hoe die voorkomen hadden kunnen worden’ (2007): Vanwege
grondwettelijke bepaling moeten artsen altijd een oplossing kunnen bieden, en als deze dan niet geboden
kan worden voor het medische probleem van de patient, dan is de psychiatrisering van de patient met zijn
probleem en al de oplossing voor de verklaring van de medische klachten.
- Mr. Van Vollehoven ( Hier Onveilig?! Onmogelijk! 2012): Bij elk schandaal wat naar boven komt blijkt
weer: de overheid heeft (op basis waarvan een gewelds- en rechts-monopolie wordt geclaimd-) de
grondwettelijke verantwoording van garantie en toezicht (recht) op veiligheid voor de individuele burger
uitbesteed aan de sectoren zelf, en is daarbij ook nalatig er op toe te zien dat die controle en handhaving
dan ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Elke keer weer als een zaak naar boven komt, blijken financieele
motieven (persoonlijk gewin en dan kennelijk ook het carrièreavonturisme van artsen) boven het recht op
veiligheid voor de burger gesteld te zijn geworden. ( En als zo'n zaak dan openbaar wordt, wordt deze met
veel politiek gekrakeel ontvangen, en er wordt zelfs eventueel een nieuw regeltje bedacht... Maar de kern
van het probleem aanpakken? Ho-maar!) Mr. Van Vollehoven op televisie: het is in Nederland (algemeen)
slecht gesteld hoe klokkenluiders worden weggezet (2016). (Letselschadeslachtoffers kunnen in een soort
klokkenluiders positie terecht komen als ze medische calamiteiten melden.)
- IGZ Inspectreur-Generaal Mw. R. Van Diemen Directrice in Zembla documentaire 4 november 2015
‘Ziekenhuiscalamiteiten’ rond wegzwijgen van melding van Dr. V Wreeswijk UUMC Zembla bij IGZ in 2014:
Conspiracy of Silence is een bezigheid die als fenomeen zich (nog steeds) kan voordoen; uit de school
klappen in de medische sector wordt gesanctioneerd door de beroepsgroep zelf. De conspiracy of silence
dankt haar bestaan aan dat beleid. En dit bleek ook al uit de beschreven ervaringen van Prof. B. Smalhout
in de boeken ‘Rebel Tegen Wil en Dank’ (1992) en ‘Medisch Mishandelen’ (1993).
- De zwijplicht (het medische beroepsgeheim) dient op de eerste plaats ter bescherming van het elan van
de beroepsgroep. (Het patiënten-belang is hier dus aan ondergeschikt.) Alleen als verder zwijgen het elan
juist verder zal schaden omdat een zaak al in de openbaarheid is, dan pas mag de zwijgplicht doorbroken
worden. (Mw. mr. Charlotte Nortier Phd ‘Het Medisch Beroepsgeheim’ 2009). OPMERKING: Het medisch
beroepsgeheim is nog steeds vrij absoluut. Na het promovendiscript van mr. Wilma Duist Phd. (2003) mag
eindelijk kindermisbruik in ruggespraak dan intern gemeld worden en na de Tristan vd V. -schietpartij
(2011) mag ook een accute terroristische dreiging gemeld worden. Maar de Nederlandse politiek is er op
tegen om het absolute geheimhoudingsplicht verder in te perken. Op het moment dat Mr. Fred Teeven
(om veiligheidsredenen) hier een voorstel over doet ketst dat af. Thans verschaft het verschoningsrecht
ruimte tot oneigenlijk gebruik ervan om bijvoorbeeld beroepsgerelateerde misdrijven te begaan en deze
daarbij oneigenlijk gebruik van de keerzijde van de beroepsgeheimhoudingsplicht af te kunnen dekken.
Als de beroepsgroep niet handhaaft is het dan practisch/technisch ‘toegestaan’ om het verschoningsrecht
oneigenlijk aan te wenden na het begaan van beroepsgerelateerde misdrijven met een beroepsgeheim?
Het wetboek van Srafvordering bepaalt namelijk, dat bij beroepsgerelateerde misdrijven (!) waar een
verschoningsrecht op van toepassing is (omkering van beroeps-zwijgplicht): dat er geen huisdoorzoeking,
inbeslagname en telefoontap op het gebied van beroepsgerelateerdheid mag plaats vinden door justitie.
In gevolge mag ook het opsporingspersoneel zich dan verschonen. (Want de beroepsgroep moet oordelen
over de collega.) Óók de gerechtsdeskundige die de rechter moet adviseren kan zich nadien dan beroepen
op verschoningsrecht. De rechter kan in medische kwesties helemaal in het duister tasten dan, met name
als de rechter zelf geen arts en is dus helemaal afhankelijk is van de integriteit van de deskundigen. Maar
áls een dekundige wel tot uitspraken komt, dan is het ook raak, want daar kan dan weer een afleidende
contra-expertise weer tegen over worden gezet. (Dit opwerpen van complicatieve ruis in beoordelingen
om de bepaling tot causale aansprakelijkheid ervan te frustreren werd door NeVeMeDis dichterlijk ‘Het
Medisch Kluchtrecht’ genoemd en kan een algemeen onderdeel in verdedigingstactieken zijn.)
- CDA minster van Justitie Hirsch Ballin in KNMG nota ‘Veilig Melden’ (2007): medisch oneigenlijk
handelen behoeft in afwachting van de nieuwe wetgeving nog steeds niet (!) vervolgd te worden. De
uitspraak indiceert impliciet de verborgen sfeer van afspraken tot aanhoudend strafrechtelijk wegkijken
van medisch onrechtmatig handelen, en schending van mensenrechten met een vorm van klassejustitie.
- Mr. Richard Korver in ‘Met Recht Van Spreken’ (2012): het Nederlandse strafrecht is een van de
goedkoopste ter wereld, want onder andere slachtoffers zijn geen procespartij. (In een tuchtzaak zijn ze
dat beperkt als klager.) Dit terwijl het functioneren als procespartij juist zingeving aan slachtofferschap
kan geven, naast ook straf- en civiel-rechtelijke zingeving in de preventieve context betreft daderschap.
(Er is nu een spreekrecht voor wat het slachtofferschap voor slachtoffers betekent, maar de compensatie
is nog steeds minimaal; en er is ook een bureau slachtofferhulp, wat veelal draait op vrijwilligers, maar het
is meer suggestie dan een werkzaamheid in fuctie. Slachtoffers hebben geen enkele inbreng in het
rechtsproces, na de aangifte is het ‘kindje’ bovendien afgestaan aan justitie, waarvan je maar moet
afwachten wat er verder van de zaak terecht komt. (Kortgenomen is handhaving er om daders terug
binnen de grenzen van industrie te duwen, en voor de rest is er bijna geen recht? Het recht is daarbij vaak
het recht van een dikke portemonee, waarbij het slachtoffer als leek ook altijd in kennis achterop loopt.)


Eind-beschouwing:
Er is een wet, maar die wet wordt naar willekeur gevolgd, want de protectie zwijgcultus geeft daar ruimte
voor oneigenlijk gebruik makende van het verschoningsrecht. Bovengenoemde aspecten komen allemaal
voort uit de lacune met een absoluut verschoningsrecht en een uitbesteede handhaving aan de medische
beroepsgroep zelve). Maar het heeft ook zijn terugslag op (strafrechtelijke) rechtsontwikkeling ook al is er
sinds 2011 wel een groei van strafrechtelijke normbewaking voor medisch handelen, maar ook die gaat
niet zonder slag of stoot.. Echt kwalijke zaken zoals grove nalatigheid en/of onrechtmatig handelen krijgen
niet de corrigerende aandacht die ze behoren te krijgen, doordat juist het medisch vakgebied een
specialistische kennis heeft, (waar enige scholing van medische aard echt noodzakelijk is), daardoor juist
dat beroepsgebied meer gijzelbaar is door de beroepsgroep zelve en ook weg te houden van de
rechterlijke macht. (Alle andere gebieden van het klassieke viertal (advocaat, geestelijke, notaris) hebben
die luxe niet, immers het volstaat voor de rechter om zelf te kunnen lezen, maar het medische gebied is
een ‘abracadabra’ méér met medische taal en vaktermen in behandelkennis etc. wat de beroepsgroep
een aparte positie verschaft (om te kunnen verkondigen spreekwoordelijk dat ‘de maan van kaas is
gemaakt’, om daarmee ruis te creeren in de beoordeling).) Daarbij komt dat in de beoordeling van
kwesties door assuradeuren ook een secundaire victimisatie van slachtoffers in het algemeen plaatsvindt
vanwege financiële motieven, wat ook een tegenwerkende rol in de rechtsgang kan bekleden.
Belangenverstrengeling ligt op de loer als de eerste plicht van de geheimhouding is om het elan van de
beroepsgroep te beschermen -met diverse motieven er omheen- om ook kwalijke zaken te (ver-)zwijgen
met het achterhouden/manipuleren van vakinhoudelijke informatie. Op termijn schaadt dit eigenlijk zo
juist het elan van de beroepsgroep! Het vrij absolute verschoningsrecht is mijn inziens de gif-angel, waar
andere factoren dan uit voort komen: er is namelijk geen middel tot dwang bij de overheid mede
vanwege het hoge specialistische kennisniveau van medische aard, waardoor juist dat beroepsgebied (in
vergelijking tot de andere gebieden met geheimhoudingsplicht in uitbesteding van handhaving in kwesties
binnen de eigen beroepsgroep) meer macht en ruimte tot toedekken heeft en belangenverstrengeling
juist in de hand werkt, mede ook omdat de rechter weing/minder tot geen specialistisch medische kennis
heeft. Is er dan nog wel sprake van een Trias Politica als de dokter zowel de uitvoering, beleid als
handhaving dicteert? Het mag niet zo zijn, dat het medische beroepsgeheim met het verschoningsrecht
als omkering ervan oneigenlijk aangewend kan worden om beroepsmatig gepleegde misdrijven te
maskeren. Met dank voor uw aandacht voor mijn visie in het belang van edelpractiserend arts en integer
parient, met als intentie: aanzet tot discussie over grenzen van medisch autonoom handelen.
Zie ook: http://www.slideshare.net/adaqcra/over-zelfregulering-en-aansprakelijkheid Siegfried van Hoek.